Over helden gesproken

november 11th, 2008

Vroeger dacht ik dat bibliothecaris een scheldwoord was. Een aanduiding voor het type medemens dat feilloos de sterfdag, plaats en laatste woorden van Multatuli kan oplepelen maar nog nooit op wederzijdse menselijke emoties is betrapt. Inmiddels spreek ik het woord bibliothecaris alleen nog maar met diep respect uit. Sympathieke en uiterst levendige mensen, dat zijn het. En ondanks een vaak chronische belezenheid ook nog eens BIZAR sociaal en humoristisch. Hoe vaak ik tijdens het boeken terugzetten (mijn baan) niet op een vers kopje automaat-chocomel van een bibliothecaris kon rekenen, vaak vergezeld van een paar aardige belangstellende en intelligente woorden en een gelaagd grapje over bijvoorbeeld multiculturele samenleving. Ontelbaar. Onbetaalbaar ook.

Net nu mijn waardering voor deze beroepsgroep idolate vormen begon aan te nemen, kwam ik er tot mijn schrik achter dat de bibliothecaris zelf eigenlijk diep in de put zet. Een vlammend betoog in het vakblad werd volmondig bevestigd door collega’s. Het zit een beetje zo: nu elke sterveling wel over een computer met internet en de rijke vracht aan informatie aldaar te vinden beschikt, is er voor de bibliothecaris geen klap meer aan. De bibliotheek is volgestouwd met automatische inname en uitleenapparaten, betaalautomaten, en computers met gratis internet. Zo nu en dan vraagt nog wel eens iemand waar de wc is of wanneer er nu eindelijk eens flipperkasten in de bieb komen. Vaker moet er worden ingegrepen bij jonge, chipsetende kinderen waarbij het gratis halfuurtje internet vaak gepaard gaat met nogal anarchistische ideeën over orde en autoriteit. (voorbeeld: een jongetje van 11 dat op de vraag of het misschien wat rustiger kan antwoordt: ‘is deze bibliotheek van jou ofzo’.) De inhoudelijke kennis en opgedane ervaring is gecentraliseerd, hierdoor is de bibliotheek getransformeerd tot een slagvaardige en dynamische organisatie. Schijnt.

Bij uw volgende bezoek aan de bibliotheek is het best een aardig idee om uw geplaagde bibliothecaris eens een welwillend glimlachje te kunnen. Dit zijn de mensen die in de branding van de nieuwe tijd fier overeind blijven staan.

Vooruitgang (1)

oktober 13th, 2008

Hij zit. Eindelijk. Elke dag rookt hij hier op hetzelfde bankje een joint en elke dag doet hij net alsof hij naar de mensen om zich heen kijkt. Niet dat hij echt kijkt. Hij kijkt al tijden niet meer echt naar mensen. Wel denkt hij op regenachtige dagen vaak aan Diego Maradonna.  

Zijn zwarte aktetas glimt zo mooi onder de stationslampen. Toch zou hij hem met liefde op het spoor leeggooien. En met evenveel liefde zou hij zijn hele kantoor, zijn collega’s, de borrels met zijn collega’s en vooral de grappen van zijn collega’s voor eens en altijd achter zich laten. Op zijn iPod zoekt hij een liedje, het liefst één die hem omarmt en in zijn oor fluistert dat alles goed zal komen, vandaag nog. Hij kiest voor The Smiths en denkt aan de tijd dat hij languit op bed lag, The Smiths luisterde en voorzichtig stoned probeerde te worden. Alle posters op zijn jongenskamers kwamen dan na verloop van tijd tot leven en als zijn moeder hem riep voor het eten leek het net alsof hij de wereld eigenhandig kleiner had gemaakt. Kleiner, overzichtelijker en veiliger.  

Naast hem gaat een meisje zitten. Ze zegt iets tegen hem. Hij blijft voor zich uitkijken en probeert zich te bedenken wat hij vanavond wil eten. Als hij iets teleurstellend vindt aan het Grote Leven zijn het wel die eenzaam bereide en gegeten maaltijden. De laatste tijd belt hij zijn moeder wel eens op om te vragen hoe iets bereid moet worden. Het eten smaakt daarna altijd net iets meer naar vroeger. Het meisje tikt hem nu aan en wijst naar een half a4-tje dat uit zijn aktetas steekt. Het logo van het kantoor steekt eruit. Dat grote kantoor waar hij rijk ging worden. Rijk en succesvol en misschien zelfs wel gelukkig. Toen hij begon geloofde hij nog dat zijn leven een structuur moest hebben en de rest later wel zou komen. 

Hij opent zijn aktetas en duwt het papier terug. Ze zegt weer iets. Hij knikt naar haar, kijkt vluchtig langs haar ogen en zet zijn aktetas nu tussen zijn benen. ‘Niet best he’ verstaat hij.

Hij doet zijn oordopjes uit, kijkt haar vragend aan en zegt: ‘sorry’? 

(wordt vervolgd)

Materiaalkasten en aansluitende borrels

september 29th, 2008

Toen ik voor het eerst de School voor Journalistiek binnenliep kon ik mijn euforische gevoelens maar moeilijk bedwingen. Na jarenlang elke dag een ongezond gretige krantenconsumptie, kon ik dan eindelijk aan mijn eigen opmars binnen de vaderlandse kwaliteitsjournalistiek beginnen. Straks, binnen een paar maanden waarschijnlijk, zou mijn naam geregeld in Vrij Nederland opduiken, desnoods in de Volkskrant. Roem was nabij.

 

Het liep wat anders. Natuurlijk liep het anders. Op het introductiekamp werd ons al duidelijk vertelt dat het wel de bedoeling was dat we eerst eens lekker veel gingen drinken. Een klein dikkertje met rode wangen en een voor een docent ontzettend grote bek wees ons als bekwaam leider groots de weg. Een ding moest na dit kamp bij iedereen duidelijk zijn: van veel drinken word je een betere journalist, van heel veel drinken misschien zelfs wel docent.

 

Afgelopen weekend stond ineens een revolutionair schotschriftje van onze docenten online. Ze waren het namelijk een beetje zat allemaal. Die schaalvergroting, het verdwijnen van de menselijke maat en, misschien wel het oneerlijkst van alles: de opheffing van de materiaalkast. “Nu moeten we naar een ander gebouw voor een stift”, aldus een verbouwereerde docent. En inderdaad, zo’n situatie is natuurlijk van de ratten besnuffeld. De aankondiging dat er bij gebrek aan verbetering gestaakt zou worden vond ik zelfs sterk bedacht. Pressiemiddelen, werkt altijd.

 

Net toen ik mijn steunbetuiging wilde sturen, viel mijn oog op punt 4. “Ondersteun ons financieel bij de organisatie van een maandelijkse discussie over journalistiek en samenleving met een aansluitende borrel. Zo help je ons om de broodnodige inhoudelijke gesprekken te voeren en blijft er een gemeenschapsgevoel bewaard op de School voor Journalistiek.”

 

Dus toch. Ik zie het kleine dikkertje tijdens de actievergadering al opveren. “Er moet gewoon meer gedronken worden hier”. Instemmend knikt men hem toe. “Bedenken we nog een paar punten, maken we er een eis van en als het niet doorgaat gaan we gewoon lekker staken. Lachen joh. Iemand een ander punt”?

“Ja joh, doe maar iets over die materiaalkast ofzo, ook zo’n schande”.

 

Hoe The Velvet Underground eigenlijk best te pruimen is (BAZEN!)

september 14th, 2008

 

Here he comes, he’s all dressed in black
PR shoes and a big straw hat
He’s never early, he’s always late
First thing you learn is you always gotta wait
I’m waiting for my man

 

Ik kocht ooit, ik woonde toen nog in Meppel, een cd van The Velvet Underground. Er stond een banaan op en dat had Andy Warhol bedacht. Vandaar. In die tijd dacht en sprak ik regelmatig over mezelf als avant-gardist. Achteraf misschien een wat overdreven strategie in een stad waar het avant-gardisme nooit echt voet aan de grond heeft gekregen. Maar, laten we eerlijk blijven, achteraf is bijna alles overdreven. In de tijd van Meppel naar nu heb ik de cd misschien drie keer opgezet. Altijd op momenten dat er afstandelijke mensen met drugservaring en vaak een vrijwel volledig zwarte garderobe bij aanwezig waren. Ik houd het leven graag overzichtelijk.

 

Gistermorgen, ik was brak en boven me produceerde mijn huisgenoot het uit duizenden te herkennen ritme van de liefde op een krakkemikkig bed, had ik opeens weer zin in The Velvet Underground. Het liefst heel hard. Het liefst overstemmend. Want shit zeg, daar lag ik dan weer. In bed. Kapot van een avond Tivoli en ook wel van de drank. Dat terwijl ik nooit drink. Al te lang niet meer. Verstoken van liefde en lichamelijkheid lag ik daar maar wat naar de posters in mijn kamer te kijken. Opeens begreep ik het. Allemaal.  Het avant-gardisme. The Velvet Underground. Het voelde als een geestelijk thuis. Dit moment, een magisch moment, voltrok zich bij het horen van het nummer ‘Waiting for the Man’. Lou Reed zingt in dit lied over het wachten op zijn dealer.

 

Die openlijke adoratie van drugs. Dat cynisme (of pessimisme of verveling of sadomasochisme of whatever that looks cool) waardoor je niet zoals bij al die andere gedateerde muziek het voortschrijdend postmoderne inzicht moet weg slikken. Eindelijk eens een paar toffe boys uit die nare jaren zestig. Geen behaarde apen die struikelend over hun eigen love-trip de toekomst wel even naar hun hand denken te zetten. Nee, dan Lou Reed:“First thing you learn is you always gotta wait”. WAT WAAR! Ik overzag het allemaal daar in mijn bedje, verbond er nog een paar cultuurhistorische conclusies aan en dacht voor heel even niet aan de dingen waar ik nu al duizend jaar op wacht.

 

Toen ik even in de keuken een glas water ging halen kwam ik een meisje tegen. Ze had rode wangen.

 

Robert ten Brink is Satan

september 8th, 2008

Een van de grootste helden van mijn vriendin is Robert ten Brink. Tot voor kort nam ik haar dat niet echt kwalijk. Natuurlijk zie je graag dat na twee jaar relatie de culturele opvoeding wat aanslaat, maar van alle teleurstellingen in het leven heb ik haar voorliefde voor Robert ten Brink altijd prima kunnen relativeren. Best schattig, vond ik het zelfs. Dat was voordat ik verplicht werd mee te kijken naar All You Need is Love met als argument ‘Misschien leer je daar nog wat van’.

Nu steeds duidelijker wordt dat zij in intellectueel opzicht oppermachtig is en ik mezelf alleen maar lastige tegenargumenten om de hals haal wanneer ik haar op de oppervlakkige leegte achter commerciële televisie wijs, sputter ik ook niet meer al te hard tegen. (Mijn vriendin doet in het dagelijks leven een prestigieuze masterstudie. Ik doe in het dagelijks leven niets prestigieus, laat staan iets intellectueels. Op basis van deze feiten gaat mijn vriendin er vanuit dat ze altijd gelijk heeft. Omdat ze slimmer is. Voor tips in deze voor mij zo onvoordelige patstelling houd ik me aanbevolen).

Toch ben ik bang dat na het zien van Roberts  nieuwe programma ‘Het Uur van de Waarheid’, het relativeren wat moeilijk is geworden. Daarvoor heeft hij, over wie ik eerlijk gezegd altijd dacht in termen als ‘familieman’ en ‘CDA’ , toch net iets teveel de gedaante van het Nieuwe Kwaad aangenomen. Geen romantische vondeltochtjes in Venetie met All You Need is Love  meer voor Robert. Tegenwoordig maakt hij relaties kapot. Voor de duizelingwekkende prijs van honderdduizend euro mag hij een stel elke denkbare vraag stellen. Robert is natuurlijk niet gek en heeft honderd ijzingwekkend asociale vragen van het  niveau ‘Heb je wel eens een seksuele fantasie gehad over een goede vriend’ achter de hand. Altijd lachen.

In een situatie waar het beroep op zoiets moreel rechtvaardigs als “de Waarheid” toch wat vergezocht lijkt, heeft Robert speciaal voor de ongemakkelijke stiltes, een snedige oneliner bedacht: ‘Het enige juiste antwoord is de waarheid, dat kan nooit moeilijk zijn’. Misschien moet ik in de discussies met mijn vriendin ook maar oneliners gebruiken. Wat dachten jullie van: ‘Nee, natuurlijk kijk ik niet mee naar de kerstspecial van All You Need is Love. Nu ik zeker weet dat Robert ten Brink Satan is, beschouw ik (als gelovige) elke minuut Robert ten Brink als zondig. En zonden zijn vies. En goor. En smerig. Daarom die ik ze liever niet’.


Geef ons Vrede Heer, geef ons vrede

augustus 25th, 2008

Ik moet zeggen dat ik me erg uitgedaagd voel deze column te schrijven. Eerst wilde ik nog schrijven over de innerlijke spagaat waar de NAVO zich in bevindt nu aanstaand lid Georgië een wat explosieve verhouding met Moskou heeft opgebouwd. Met keurig uitgewerkt de mondiale consequenties van dit conflict en, uiteraard, de ethische afwegingen die daarin bij de wereldleiders een rol zouden moeten spelen, was de kans groot dat deze column menig actueel politiek getint  koffiegesprek had kunnen domineren. Een beetje hetzelfde als wat bij mij thuis altijd gebeurt na het horen van Ko Colijn in Nova. Maar alsof het leven iets is wat je gebeurt (terwijl je andere plannen maakt), kwam er opeens iets anders tussen. Iets belangwekkends. Iets als Nieuw Perspectief.  

En ja, ik moet toegeven: ook voor een professional als ik is het moment dat er met klaroengeschal en tromgeroffel nieuw perspectief lonkt, een moment van pure, dankbare ontroering. Die perspectieven waren de laatste tijd namelijk een beetje opgedroogd. Inmiddels klatert de creatieve fontein weer als nooit tevoren. En dat, het moet gezegd, dankzij de immer kritische lezer van deze prachtkrant, een bron waar in lokale kring ook wel eens naar wordt verwezen als ‘slijpsteen voor de geest’. Terecht, denk ik zo. 

Ik was altijd een beetje teleurgesteld dat er op het online platform van de krant nooit echt een degelijke discussie over de inhoud van mijn columns ontstond. Waarom werpt de Meppeler grachtengordel zich nooit eens over de vele door mij opgeworpen ideeën voor een betere wereld? Of is doemscenario xxl dan realiteit: heeft de ontlezing ook binnen de het intellectuele hart van Meppel verwoestend gewerkt? Dit soort sombere bespiegelingen kunnen (halleluja voor Meppel!) inmiddels, dankzij  Grote Oever, in de prullenbak. Zonder terughoudendheid schreef hij zomaar: ‘Zou iemand alsjeblieft de quasi-intellectuele mond van deze diabolische puber zo snel mogelijk willen snoeren?’  

Nu zelfs  “quasi-intellectuele” columns van “diabolische pubers” zijn opgemerkt door de Meppeler highbrow intellectueel (te herkennen aan  woord “diabolisch”), zullen mijn volgende drie columns rond het thema ‘diabolische stukjes schrijven, voor beginnners’ vast bergen aan constructieve gedachten opleveren. Voor een betere wereld. Voor een beter Meppel. Voor Vrede.  

Op weg

juni 23rd, 2008

Een paar jaar geleden heb ik een paar dagen achter elkaar op wandelschoenen gelopen. Voor een wat duidelijker beeld van deze lichte tragedie: het waren werkelijk in alle facetten van het smaakspectrum spuuglelijke wandelschoenen. En ja, natuurlijk zijn alle wandelschoenen is essentie dodelijk voor een urbaan imago, die van mij waren erger. Zelfs voor de stevig doorstappende wandelprovinciaal met kleurblindheid waren mijn schoenen een regelrechte smaakbelediging. In mijn toch al zo onzekere werkelijkheidsbeleving (ik was nog jong!) liep ik dan ook behoorlijk voor aap. Voor het zorgeloze vrijheidsgevoel, toch een achterliggende motief van een wandelvakantie, geen goede zaak.

Mijn vriend Jaap en ik hadden besloten dat we die zomer moesten wandelen en praten. In die tijd dacht ik nog dat zoiets zou kunnen werken: op spuuglelijke wandelschoenen slenterend praten over de toekomst en dan vooral over ons na die zomer op te richten literaire tijdschrift. Lekker kletsen. Lekker dromen. Rode wijn drinken. Bohemian doen.

U begrijpt, deze wandelvakantie werd voor ons een wijze les in nederigheid.

Het begon al direct bij het begin. In veel gevallen logisch, in ons geval best onhandig. Wat bleek: ik kon absoluut niet met een zware backpackersrugzak lopen. De voorbereiding was er wat bij ingeschoten en de stille hoop dat zoiets eigenlijk alleen voor controlfreaks is, werd nu wel erg snel de grond ingeboord. Tijdens alle lange treinreizen die vakantie hield ik me zo onzichtbaar mogelijk. Ik las boeken, vroeg Jaap zo nu en dan of hij het ook zo leuk vond en probeerde mijn voeten uit het zicht van de medemens te houden.

Met ons literaire tijdschrift is het nooit wat geworden. Jaap is nu al twee jaar getrouwd en sinds ik weg ben bij Boekhandel Barth is de ziel stilletjes uit mijn leesbeleving geslopen. Toch was die wandelvakantie een waardevolle roadtrip en een schakelpunt in onze weg naar volwassenheid. Een dag Texel en drie dagen op een camping in Ommen. Vijfhonderd meter van zijn huis en daar stonden we dan. Met onze grote bek. En mijn lelijke wandelschoenen. Klaar voor de toekomst.

Voetbal is te gek!

juni 17th, 2008

Na de wedstrijd fietsten we naar de snackbar. De 3-0 overwinning tegen de vooraf als meedogenloos en veel te sterke ingeschatte Italianen had ons hongerig gemaakt.  Onderweg bleek al snel dat een overwinning van Nederland in Utrecht toch net wat andere gevoelens bij de mensen losmaakt dan bijvoorbeeld in een vreedzame stad als Meppel. Een onafgebroken stroom van luid toeterende auto’s behangen met allerlei nationalistische snuisterijen stoof luid toeterend voorbij. Aan de kant van de weg ontstond een soort TT-sfeer van mensen die onvermoeibaar klapten en schreeuwden voor voorbijkomende waaghalzen met vlaggen en roodgeschreeuwde hoofden.

Eindelijk, zeiden we tegen elkaar. Eindelijk maken we eens iets mee wat mensen dichter bij elkaar brengt. Al een paar keer die avond hadden we sympathieke gesprekjes gevoerd met mensen die we niet eens kenden. Een onwerkelijk gevoel van totale verbondenheid met de medemens (ook als die minutenlang voor de deur van de snackbar met de scooter staat te toeteren) had ons in een klap tot vrienden van het volk gemaakt. Vergeten waren opeens al die ongemakkelijke momenten dat bij een willekeurig stoplicht lukraak alle intelligente overpijnzingen worden onderbroken door een agressieve scheldpartij van, eerlijk is eerlijk, vaak  een felgeblondeerde vrouw op een scooter. Opvallend vaak vlot gekleed in frisse en kleurige kleding en superhandige instappers van de Scapino, roept zo’n mens je dan een aantal terminale ziektes toe. Vaak met een huilend kind achterop. Nooit zonder sigaret.

Nu aten we samen patat en vroeg ze ons dingen als ‘ook de wedstrijd gezien?’ en ‘mooi he?’. Ontroerd over zoveel ontwikkeling in mijn mensbeeld zat ik achter mijn bakje patat.  We knikten haar vriendelijk toe en beseften ons terdege dat we dit bijzonder moment vast nooit zullen vergeten. De volgende keer wanneer een fel geblondeerde scooterbabe me met ziektes uitscheldt, zal ik met weemoed terugdenken aan die ene mooie avond in juni dat we meedogenloos afrekenden met de veel te sterk ingeschatte Italianen. Misschien helpt dat.  

JAAAAAAAAAAAAA!

Honger! Aids!

mei 26th, 2008

De vrijheid van meningsuiting staat onder druk. Op de school voor journalistiek slaat zo’n brute actie als die van het OM tegen Gregorius Nekschot in als een bom. Dat alles gezegd mag worden, ook als daarvoor niet echt is nagedacht, is sinds jaar en dag de voornaamste reden achter het succes van ons volle en rokerige schoolcafé ‘Stefs’. Toen iemand mij vorig jaar op het hart drukte vooral ook zo nu en dan naar dat café te gaan (‘Je netwerk dude, zoooo belangrijk in de journalistiek’) had ik al snel een wat vastomlijnder idee van ‘netwerken op school’.

Met mijn vriendin voer ik eigenlijk alleen discussies op puur rationele basis. Mocht ik per ongeluk eens ongelijk krijgen (en met zo’n intelligente vriendin komt dat wel eens voor) buig ik deemoedig mijn hoofd en zeg ‘jij wint, je hebt gelijk en ik heb ongelijk’. Zo niet in ons volle en door elkaar tetterende schoolcafé met goedkoop bier en genoeg plaats voor ruim interpretabele meningen. Daar heeft nog nooit iemand gelijk had. Tot deze week dan. Toen ik weer eens binnen kwam lopen.

Verbaasd trof ik daar wat beteuterde studenten aan. Ze waren het eindelijk volledig met elkaar eens. ‘Het komt door het christelijke kabinet, die censuur. Bah man.’

Zoveel overeenstemming over een enigszins obscure cartoonist en zijn droevige lot had ik van mijn immer strijdbare makkers niet verwacht. Een poging van mijn kant om toch het natuurlijk evenwicht weer te herstellen werkte niet. ‘Ach Casper, jij vindt toch altijd iets anders’, was het honende antwoord op mijn betoog over belediging en de te betwijfelen noodzaak daarvan. ‘Akkoord’, zei ik, mijn rationele imago is me tenslotte lief, ‘maar vinden jullie het niet wat pathetisch om hier boos te worden over een cartoonist die shockerende tekeningen maakt, terwijl er genoeg landen zijn waar HONGER heerst en AIDS is’.

Met groot afgrijzen keek men naar mij en mijn grenzeloze naïviteit. Dit was absurd.  Zoals elke journalist weet, zijn honger en vooral aids gewoon niet cool. ‘Leest niemand’, is binnen dit soort kringen het veelgebezigde credo als het gaat om zaken die enig inlevingsvermogen vragen. Hier, en dit rokerige schoolkroegje, ging mijn o zo belangrijke netwerk in rook op. Vanaf nu zie ik de toekomst somber in.

school

En alweer zijn ze jong, hip en catchy!

april 24th, 2008

Net nu het wel eens tijd wordt dat de lente dan eindelijk eens uit die veel te lange winterslaap ontwaakt, presenteert I Kissed Charles de EP ‘Let’s Call This Forbidden Love’. En warempel, de zon gaat er haast als vanzelf harder van schijnen. Dat kan geen toeval zijn.  

Lichtvoetig en charmant. Aan de hand van deze sleutelwoorden nemen Charlot, Brian, Marco en Joris de luisteraar van ‘Let Call This Forbidden Love’ mee naar de grazige wijden van de ontluikende liefde.  Daar is het goed toeven, blijkt wel uit de opgewekte soundtrack. Zonder ten onder te gaan aan nietszeggendheid confronteert de jonge band ons met de veelkleurigheid van het jonge bestaan. Niet eens zo gek dus dat iedereen bij binnenkomst in Dock een fel kleurende glowstick krijgt aangereikt. Want zeg nou zelf, zijn eigenlijk niet alle liedjes van I Kissed Charles gewoon zuurstokroze of felgroen?

In een vol en van teenspirit bruisend Dock –wanneer  zal daar eerder zijn gecrowdsurft? -  blijken die liedjes ook live strak in het vel te zitten. De sound is gegroeid, de liedjes spannender dan een jaar geleden en met ‘Everything We’ve Beaten Up’ heeft de band zelfs een potentiële tophit in handen. Rode draad lijkt de onschuld van de kindertijd die even woelig als genadeloos plaatsmaakt voor het belang van de zaterdagavond en alles wat daarbij komt kijken.  

Stralend middelpunt in dit feest van de overgang naar het Grote Leven is zangeres Charlot Henzen, voor wie de transformatie van scholier tot podiumpersoonlijkheid even natuurlijk als overtuigend doorkomt. Het enthousiasme bij het jonge publiek –ouders en grootouders staan goedkeurend op een afstandje – is volledig terecht. In navolging van de grote broer The Girls komt I Kissed Charles met catchy liedjes waarin de verassing niet in de thematiek of de ingewikkelde akkoordenschema’s ligt, maar in  zeggingskracht en uitstraling.

The Girls staan 5 Mei op het hoofdpodium van het Bevrijdingsfestival in Zwolle. I Kissed Charles moet het nog met een wat meer bescheiden plek doen. Als de geboekte progressie zich echter voortzet als in de afgelopen periode is het slechts een kwestie van tijd totdat ook I Kissed Charles groot genoeg is voor deinende festivalweides. Daarvan alvast een voorproefje? I Kissed Charles speelt net voor The Girls op Beattrix. Mis het niet! 

link naar het artikel!