En alweer zijn ze jong, hip en catchy!
Net nu het wel eens tijd wordt dat de lente dan eindelijk eens uit die veel te lange winterslaap ontwaakt, presenteert I Kissed Charles de EP ‘Let’s Call This Forbidden Love’. En warempel, de zon gaat er haast als vanzelf harder van schijnen. Dat kan geen toeval zijn.
Lichtvoetig en charmant. Aan de hand van deze sleutelwoorden nemen Charlot, Brian, Marco en Joris de luisteraar van ‘Let Call This Forbidden Love’ mee naar de grazige wijden van de ontluikende liefde. Daar is het goed toeven, blijkt wel uit de opgewekte soundtrack. Zonder ten onder te gaan aan nietszeggendheid confronteert de jonge band ons met de veelkleurigheid van het jonge bestaan. Niet eens zo gek dus dat iedereen bij binnenkomst in Dock een fel kleurende glowstick krijgt aangereikt. Want zeg nou zelf, zijn eigenlijk niet alle liedjes van I Kissed Charles gewoon zuurstokroze of felgroen?
In een vol en van teenspirit bruisend Dock –wanneer zal daar eerder zijn gecrowdsurft? - blijken die liedjes ook live strak in het vel te zitten. De sound is gegroeid, de liedjes spannender dan een jaar geleden en met ‘Everything We’ve Beaten Up’ heeft de band zelfs een potentiële tophit in handen. Rode draad lijkt de onschuld van de kindertijd die even woelig als genadeloos plaatsmaakt voor het belang van de zaterdagavond en alles wat daarbij komt kijken.
Stralend middelpunt in dit feest van de overgang naar het Grote Leven is zangeres Charlot Henzen, voor wie de transformatie van scholier tot podiumpersoonlijkheid even natuurlijk als overtuigend doorkomt. Het enthousiasme bij het jonge publiek –ouders en grootouders staan goedkeurend op een afstandje – is volledig terecht. In navolging van de grote broer The Girls komt I Kissed Charles met catchy liedjes waarin de verassing niet in de thematiek of de ingewikkelde akkoordenschema’s ligt, maar in zeggingskracht en uitstraling.
The Girls staan 5 Mei op het hoofdpodium van het Bevrijdingsfestival in Zwolle. I Kissed Charles moet het nog met een wat meer bescheiden plek doen. Als de geboekte progressie zich echter voortzet als in de afgelopen periode is het slechts een kwestie van tijd totdat ook I Kissed Charles groot genoeg is voor deinende festivalweides. Daarvan alvast een voorproefje? I Kissed Charles speelt net voor The Girls op Beattrix. Mis het niet!

Bah, televisie
Wist ik veel dat televisie eigenlijk doodsaai is. Daar kom je dan pas achter als je in een televisiestudio op een ongemakkelijke bank onderuitgezakt zit te wachten op de actie. “Kijk naar de tafel, laat je niet afleiden en praat niet met je buurman”, de productieleider snauwt het ons nog net niet toe, maar de boodschap is duidelijk genoeg: wie zo achterlijk is om voor zijn plezier naar de studio te komen, had beter tussen het plebs op de tribune van Jensen de wansmaak zich af kunnen schuddebuiken.
Wij zijn niet voor ons plezier gekomen, wij zitten hier omdat we moeten, van school. Gelijk de reden dat we praktisch omvallen van verveling (zoals het nu eenmaal hoort als je iets voor school moet doen) en het feitelijk alleen oprechte verbazing is wat ons rechtop houdt. Het moet toch minstens jaren geleden zijn dat we zo autoritair zijn aangesproken. ‘Wat een fascist, gast’, fluistert een studiegenoot me walgend toe. ‘Ja man, die lijperd is compleet gek’, beaam ik welwillend. ‘Niet normaal man.’
We zitten dus recht. Stil. We kijken zo geïnteresseerd mogelijk en laten ons niet afleiden. Aan tafel gebeurt het namelijk. De wijze mannen mogen weer over gewichtige zaken spreken. Vanavond heeft de redactie opmerkelijk genoeg - naast de gebruikelijke praathoofden - Herman den Blijker uitgenodigd. Catatonisch zwijgend en nors fronsend slaat Herman zich naar een nieuw hoogtepunt als televisiefenomeen. En wij zijn erbij. Nog steeds zwijgend en inmiddels een aantal gradaties verveling verder.
Het begon ook al zo slecht. Een kwartier voor het begin van de uitzending, besluit ik nog even snel naar de wc te lopen. Een kortgeknipte vrouw met een onverholen agressief feministische uitstraling en een button van de VARA op haar jasje blijkt haar eigen ideeën over redelijkheid te hebben. ‘We beginnen bijna, dan had je maar eerder moeten gaan’, klinkt het even hard als onverbiddelijk. Vol onbegrip kijk ik in het gezicht van dit feministisch monster. Duizend jaar verbittering en eenzaamheid staren me koel terug. ‘Ja, dat snap je zelf toch ook wel’.
Met een gebaar waaruit diepe minachting voor zoveel gebrek aan historisch besef moet spreken (u, trouwe lezer hoef ik vanzelfsprekend niet te introduceren met de wandaden die de mensheid in de naam van het feminisme heeft moeten ondergaan) kies ik het pad van de vrijheid. Een nauw trapje brengt me naar de wc. Daar klettert vrijheid zoals het nog nooit heeft geklonken. Euforisch vooral. Opgelucht ga ik even later weer zitten. Het monster kijkt me lang en koel aan. Ik kijk langer en koeler terug. Zoals het hoort.
Brand verbroederd, ook in getto’s
Als ik de laatste tijd mijn straat uitfiets, rijd ik vrijwel direct een slagveld binnen. Huizen met ingegooide ruiten, stalen hekken voor ingetrapte deuren en rondrijdende politieauto’s complementeren het grimmige beeld van een harde, grote stad. Twee complete huizenblokken gaan hier binnen afzienbare tijd tegen de vlakte. Voordat dat is gebeurd, draagt de buurtjeugd een verwoestend steentje bij. ’s Avonds fietst het soms wat ongemakkelijker, maar als ik dan zo overtuigend mogelijk de intimiderende blik van de buurtjeugd met sloopdrift trotseer, denk ik altijd maar aan de voordelen van het wonen in een verloederend getto: met zoveel mogelijkheden tot vandalisme komt mijn nietigheid niet eens in de buurt van een uitdaging.
Zo nu en dan gebeurt er iets wat de hele buurt eendrachtig doet uitlopen. Afgelopen weekend was er weer zo’n samenbindend hoogtepunt: in één van de lege panden was brand. Net vrij van mijn werk, zag ik, wachtend voor het stoplicht vlakbij huis, de rookwolken al boven de huizen uitkomen. Geinig, dacht ik gelijk. Na een dag harde arbeid kan wat afleiding nooit kwaad. Nog voordat ik de mogelijke scenario’s (heel huizenblok in vlammen op, verwoestende gasexplosies etc.) had doorgenomen, diende de volgende sensatie zich al aan: een brandweerauto op topsnelheid torpedeerde mij bijna. Kennelijk is het fietspad voor een brandweerautobestuurder een logisch alternatief, had ik me daarop moeten instellen en mocht ik niet klagen dat de enige schade mijn, in pure doodsnood, weggesmeten fiets betrof. Bij de onheilsplek herkende ik al snel al mijn buren. ‘Gezellig, fikt wel aardig trouwens’, zei ik tegen de buurman.
Sigaretten gingen rond en als men dit had geweten waren er wel wat meer kratjes bier gekocht. Wat is er tenslotte fijner dan op een bierkratje kijken naar hardwerkende brandweermannen en een lekkere fik? Scooters met daarop familieleden van de brandweerlieden kwamen ook al snel aanscheuren. Pa met opgestroopte mouwen een fik zien blussen: op mij kwam het over als een uiterst geraffineerd opvoedtechnisch trucje. Met zo’n held als vader moet het een koud kunstje zijn het rebellerende kroost wat onder de duim te houden. Helaas bleek het maar een laf vuurtje en droop de buurt als snel af. Binnen bood de televisie tenminste vermaak waar je van op aan kan.
Vanmorgen liep ik weer langs de huizen met ingegooide ruiten. Een paar buurtjochies gooiden verveeld wat overgebleven ruiten in. Verderop liepen twee moeders voor hun kinderwagens. Ze riepen moederlijke teksten naar de jongens. ‘Hee, letten jullie wel een beetje op, rakkers’, zei een van moeders, ‘straks komt er nog glas in jullie ogen.’ Hard en grimmig? Mijn gettobuurt is uiterst sociaal en zorgzaam.
http://www.meppelercourant.nl/index.php?n_id=50094&s_id=716

