Honger! Aids!
De vrijheid van meningsuiting staat onder druk. Op de school voor journalistiek slaat zo’n brute actie als die van het OM tegen Gregorius Nekschot in als een bom. Dat alles gezegd mag worden, ook als daarvoor niet echt is nagedacht, is sinds jaar en dag de voornaamste reden achter het succes van ons volle en rokerige schoolcafé ‘Stefs’. Toen iemand mij vorig jaar op het hart drukte vooral ook zo nu en dan naar dat café te gaan (‘Je netwerk dude, zoooo belangrijk in de journalistiek’) had ik al snel een wat vastomlijnder idee van ‘netwerken op school’.
Met mijn vriendin voer ik eigenlijk alleen discussies op puur rationele basis. Mocht ik per ongeluk eens ongelijk krijgen (en met zo’n intelligente vriendin komt dat wel eens voor) buig ik deemoedig mijn hoofd en zeg ‘jij wint, je hebt gelijk en ik heb ongelijk’. Zo niet in ons volle en door elkaar tetterende schoolcafé met goedkoop bier en genoeg plaats voor ruim interpretabele meningen. Daar heeft nog nooit iemand gelijk had. Tot deze week dan. Toen ik weer eens binnen kwam lopen.
Verbaasd trof ik daar wat beteuterde studenten aan. Ze waren het eindelijk volledig met elkaar eens. ‘Het komt door het christelijke kabinet, die censuur. Bah man.’
Zoveel overeenstemming over een enigszins obscure cartoonist en zijn droevige lot had ik van mijn immer strijdbare makkers niet verwacht. Een poging van mijn kant om toch het natuurlijk evenwicht weer te herstellen werkte niet. ‘Ach Casper, jij vindt toch altijd iets anders’, was het honende antwoord op mijn betoog over belediging en de te betwijfelen noodzaak daarvan. ‘Akkoord’, zei ik, mijn rationele imago is me tenslotte lief, ‘maar vinden jullie het niet wat pathetisch om hier boos te worden over een cartoonist die shockerende tekeningen maakt, terwijl er genoeg landen zijn waar HONGER heerst en AIDS is’.
Met groot afgrijzen keek men naar mij en mijn grenzeloze naïviteit. Dit was absurd. Zoals elke journalist weet, zijn honger en vooral aids gewoon niet cool. ‘Leest niemand’, is binnen dit soort kringen het veelgebezigde credo als het gaat om zaken die enig inlevingsvermogen vragen. Hier, en dit rokerige schoolkroegje, ging mijn o zo belangrijke netwerk in rook op. Vanaf nu zie ik de toekomst somber in.

Feest der herkenning bij Nada Surf
Ja, ze speelden hem. Weer. En ze zullen ze hem de volgende keer ook wel weer spelen. Waarschijnlijk met een grote glimlach en oplichtende drumstokjes. Nada Surf moet het namelijk niet van de verassing hebben. Wel van lieve, opgewekte mensen. En de herkenbare liedjes.
‘Look, mom, I really don’t feel like having a Kodak moment here, okay?’ Overzag karakter Jane Burnham in de film American Beauty het leven nog met een gezonde dosis teenangst, bij Nada Surf fotografeert men elkaar in onverholen optimistische poses, heupwiegt men gelukzalig mee en staat het podium bij het laatste nummer vol met Happy Kids. Logisch ook: met ‘Concrete Bed’ als opener (”To find someone you love/ You gotta be someone you love”) behoeft Nada Surf geen ingewikkelde introductie. De boodschap is duidelijk genoeg. Weg met alle droeftoeters, lang leve het opgewekte bestaan!
Bell X1 heette vroeger Juniper en had toen nog een andere zanger. Zijn naam: Damien Rice. Inmiddels zong drummer Paul Noonan al drie albums vol, mocht Bell X1 met hun oude makker en megaster Damien mee op tour en is men vooral in thuisland Ierland groot. Tussen het luid converserende Tivolipubliek door klinkt de poprock degelijk. Met een enkel ruiger uitstapje zijn het vooral prima popsongs waarbij de sleutelwoorden ‘Saybia’ en vooral ‘hardop pratend Tivoli-publiek’ het zicht enigszins beperken.
Toen Nada Surf in 1996 het complexe highschoolbestaan vervatte in een handzaam en ironisch lied over populariteit en zelfverloochening, vonden de meeste bezoekers van vanavond het pure kindergeluk nog bij Telekids. Keurig met de tijd meegegroeid serveert Nada Surf nu liedjes die zo als soundtrack voor de hippe tienerserie The O.C. geschreven kunnen zijn. Want, kunstig verscholen achter de eeuwige zoektocht naar liefde en begrip, schuilt vaak niet veel meer dan een grote, gapende leegte. Wel een leegte waarbij het met de handen in de lucht of heupwiegend prima toeven is. Als je daar van houdt.
Met name op de eerste twee albums, toen Nada Surf overigens ook al kort door de bocht kwam, was de Weezerachtige opgewektheid nog prima te verteren. Van jonge jongens op gitaren accepteer je tenslotte net wat meer clichés dan van dertigers met een regelmatig bestaan, vrouw en kinderen. Misschien komt het daardoor dat de spiegel, ons door frontman Matthew Caws voorgehouden, een spiegel lijkt waarin alle oneffenheden zijn weggeretoucheerd en het onbegrepen leven zo onbegrepen blijkt dat iedereen het begrijpt. Tussen al dit wederzijdse begrip moet de geëngageerde diepgang komen van een mineurig lied over de kwade invloeden van Fox. U weet wel, diezelfde zender waar The O.C. wordt uitgezonden. Een verwarrend moment.
Gelukkig zijn er ook bij Nada Surf een aantal dingen gewoon simpel en goed gebleven. Nog steeds speelt de band strak en enthousiast. Het wat meer ingetogen indiepopgeluid, al ingezet op het vorige album, heeft met ‘Always Love’, ‘See These Bones’ en ‘I Like What You Say’ een paar uitstekende vaandeldragers waarmee de set aan spanning en kwaliteit wint. En als dan, net als zes jaar geleden, ook vanavond een leuk meisje uit het publiek op het podium de vertaling van ‘Fruit Fly’ mag verzorgen en ‘Stalesmate’, ook volgens beproefd concept, overgaat in ‘Love Will Tear Us Apart’ speelt Nada Surf een gewonnen wedstrijd. Dat ‘Popular’ wordt afgeraffeld en de set toch een paar duidelijk inzakmomenten kent, zal niemand ze nadragen. Want hee, om echt gelukkig te worden, moet je het vooral zijn. Toch?
lees deze recensie ook op http://3voor12lokaal.vpro.nl/magazines/news/index.jsp?portals=6337&magazines=6338&news=986235
Filed under Zonder rubriek | Comment (0)