Creatief schrijven
Jongens, stront aan de knikker! Ik volg drie weken een cursus creatief schrijven. Op school. Niet leuk, en vaak ook erg vroeg. Om toch nog enige winst uit deze situatie te halen, heb ik besloten hier een in die context geschreven drieluikje te publiceren. Voor jullie. En ook een beetje voor de grap. De opdracht was: beschrijf iemand die een straat inloopt. Eerst vanuit het ik-perspectief. Doe dat vervolgens ook vanuit het perspectief van de alwetende verteller en als laatste uit die van de derde persoon. Hieronder mijn ik-perspectiefje. Hint: mijn held Silvio Berlusconi is de ik. De Den Brielstaat de locatie. Bedenk je bij alles: dit is in de les en in vijf minuutjes geschreven. En ik was net wakker.
Ik denk niet zo vaak aan schoonheid. Het concept zegmaar. Ik voel het meer. Rome? Mooi. Florence? Een esthetisch wonder. Vrouwen? Hmmm. Deze straat, ik verpest er verdomme m’n nieuwe armani-schoenen nog mee, tart alle zintuigen. Overal staan stinkende vuilniszakken langs de weg en in de verte loopt een hond. Alleen.
Het is koud hier. In Rome, god zegene de stad, is het ook wel eens koud. Toch voelt het daar anders. Zwoeler. Alsof de gure wind zich daar net wat makkelijker laat omkopen dan in dit stijve, calvinistische oord. Hier, in deze straat des verderfs, lijken zelfs de bewoners de hoop op schoonheid verloren te hebben. De deuren hangen vol met afzichtelijke stickers met waarschijnlijk een communistische boodschap. De raamkozijnen zijn slecht onderhouden en duidelijk van een inferieur houtsoort. Er staat geen enkele Italiaanse auto. Wel veel wegrottende fietsen. Een echte man fietst niet. Zeker niet zonder de kans op een prijs, een kus van de rondemiss of de nieuwste designerdoping. En sowieso ook niet op een verroest en kotsgroen vehikel waar zelfs Fausto Coppi de Giro nooit mee zou kunnen winnen. Fausto Coppi. Ik durf te wedden dat deze stickerplakkende barbaren niet eens weten wie hij was.

Leave a Reply