«
»

Zonder rubriek

Held (2)

12.22.09 | 3.462 Comments

Wanneer ik vroeger het woord underground hoorde, werd ik altijd een beetje bang. In die tijd woonde ik nog in Meppel en waren er wel meer dingen waar ik bang voor was. God bijvoorbeeld. Meisjes, ook zoiets. In tegenstelling tot God en meisjes was de underground waar ik mee mocht kennismaken heel levendig en reëel existerend. Op koningennacht vierde men een republikeins feest, op nieuwjaarsdag was er een open podium en in de zomer speelden bandjes in de achtertuin.

Ik begon haast geloven dat de underground een soort padvindersclub voor mensen met tegendraadse opvattingen over mode, hygiëne en hondenbezit was. Afzichtelijk, maar ergens ook wel weer een soort mooie, sociaalbewogen spiegel van maatschappij. Ik geloofde in die tijd wel meer bizarre dingen. Toch wist ik, dankzij mijn vermogen om dingen met mijn verstand te benaderen, al snel beter. Oude mannen, slapend op barren. Dat is de underground. Verslagen, vieze mannen die niet begrijpen dat jong zijn iets is wat je afsluit. Als je dom bent nog voor je twintigste. Als je debiel bent nooit. Underground, ik wist hoe het zat. Ik wist dat ik er boven stond.

Afgelopen vrijdag zag ik Erwin, de man achter het underground magazine Stukah. Hij lag in het rokershok van dB’s over een tafel. Hij zag er oud uit. Oud en verslagen. Iemand riep dat hij er niet echt lekker bij lag. ‘Laatst lag er op een feestje ook een gast een hele avond in een stoel. Later, toen we hem niet meer bij kregen, bleek ie zichzelf in coma te hebben gedronken.’ Erwin, oprichter van Stukah, lag niet in coma. Hij sliep alleen wat diep. Het glaasje water dat de bezorgde jongen over heen goot, werd dan ook scheldend ontvangen. Of hij gek was, godverdomme. Water over iemand heen gooien. Dat doe je gewoon niet. Vond Erwin. Hij vertrok, de witte en gladde nacht in. ‘Lekker slapen.’ Ik ondersteunde hem tot de deur. Hij wilde geen taxi. Ik lustte nog wel een gin-tonic. Ik beloofde voor hem te bidden.

Een kwartier later was Erwin, oprichter van Stukah, terug. Levend. Hij was gevallen en had pijn. Hoeveel pijn Erwin had en of er sprake was van een noodgeval was onduidelijk. Hij kon nog lopen. En zitten. In een belevingswereld waarin gin-tonic alles melancholisch gouden glanst, zijn dat opbeurende berichten. Er werd een taxi gebeld. Ik feliciteerde hem nog eens met de Stukah, een fantastisch initiatief, zei ik. Écht iets om trots op te zijn. Waar vind je nog zulke totaal onafhankelijke shit? Erwin hoorde het niet. Hij verging nog steeds van de pijn en wilde het liefst even liggen. Ik ook. Ik, wenstte Erwin sterkte, vertrok naar huis en dacht aan Meppel.

Daar hingen nu ook een paar mannen over de bar. Neil Young zou het verlies misschien nog een draaglijke dimensie inzingen. Of Slayer. Op de foto’s aan de muur zouden ze zien wie ze waren. Vroeger. De muziek, inmiddels vast iets van The Rollings Stones, ging over wie ze zouden worden. Als Meppel New York was. Als hun vrouwen niet zo lelijk zouden zijn. En hun kinderen niet zo dom. Als ze hun verlies hadden kunnen transformeren.

Zoals Erwin.

http://www.stukahmagazine.mur.at/

3.462 Comments